Paus Benedictus XVI:
|
| Paus
Benedictus XVI tijdens zijn installatie: Liefde verlost
In zijn toelichting
op de symbolieke waarde van het pallium, het schaap en de
herder, maakte hij duidelijk dat uiteindelijk niet machtsvertoon
maar liefde tot de verlossing der mensheid zal leiden. Hij
legde uit dat in het oude Nabije Oosten ook koningen zichzelf
herders van hun onderdanen noemden. Dit was echter een cynisch
beeld: voor hen waren onderdanen als schapen, die de herder
zo hij wilde uit de weg kon ruimen of van de hand kon doen.
Toen de herder van de hele mensheid, de levende God, zelf
Lam werd, schaarde hij zich, aldus Benedictus, juist aan de
zijde van de lammeren, de kant van de onderdrukten en vertrapten.
Zo onthulde hij dat hij de ware herder was: “Ik ben de Goede
Herder… Ik geef dan ook mijn leven voor mijn schapen”, zegt
Jezus over zichzelf (Joh. 10,14f). Benedictus: “Het is niet
macht, maar liefde die ons verlost! Dit is Gods teken: Hij
is zelf Liefde.”
|
|
| “Hoe
vaak wensen we niet dat God zich sterker zou voordoen, dat hij
beslissend zou toeslaan, het kwaad uit de weg ruimend en een
betere wereld creërend. Dat is precies de manier waarop
alle machtsideologieën zichzelf rechtvaardigen, ze rechtvaardigen
de vernietiging van alles wat de in weg staat van de vooruitgang
en van de bevrijding van de mensheid.” Benedictus stelde hier
bij wijze van contrast Gods geduld tegenover: “Door Gods geduld
lijden we. En toch hebben we zijn geduld nodig. God, die zelf
een Lam werd, vertelt ons dat de wereld is gered door de Gekruisigde,
niet door hen die hem gekruisigd hebben. De wereld wordt verlost
door het geduld van God. De wereld wordt vernietigd door het
ongeduld van mensen.” |
Pallium
als juk Allereerst
stond de nieuwe paus stil bij het Pallium, de witwollen stola
die hem vandaag omgelegd wordt. Hij maakte duidelijk dat dit
eeuwenoude symbool, dat de bisschoppen van Rome als sinds de
vierde eeuw dragen, gezien kan worden als het “juk van Christus”,
dat de opvolger van Petrus, de dienaar van de dienaren van God,
op zijn schouders neemt. “Gods juk is Gods wil, die wij accepteren.
En die wil drukt ons niet teneer. […] Te weten wat God wil,
te weten waar de Weg van het Leven te vinden is, dit was Israëls
vreugde, dit was het grote privilege van Israël. Het is
ook onze vreugde: Gods wil vervreemdt ons niet, hij zuivert
ons – ook al kan dit soms pijnlijk zijn – en zo leidt zijn wil
ons naar onszelf. Op deze manier dienen wij niet alleen hem,
maar tevens de redding van de hele wereld, van heel de geschiedenis.”
|
| Pallium
als symbool van het afgedwaalde schaap
Benedictus maakte het pallium-symbool vervolgens nog concreter
door aan te geven dat het pallium ook het afgedwaalde, zieke
en zwakke schaap representeert, "dat de herder op zijn
schouders neemt en naar de wateren des levens leidt".
Dit verdwaalde schaap respresenteert het menselijk ras, dat
ook verdwaald is in de woestijn en de weg kwijt is. En er
zijn zoveel soorten woestijn, aldus Benedictus XVI. “Er zijn
woestijnen van armoede, van honger en dorst, van armoede,
van verlatenheid, van eenzaamheid en van kapot gemaakte liefde.
Er is de woestijn van Gods duisternis, de leegheid van zielen
die zich niet langer bewust zijn van hun waardigheid en van
het doel van het menselijk leven.”
|
Gedragen
op Gods schouders
De herder, zo zei de paus, laat zijn schapen echter niet in
de steek. Hij is de Goede Herder die zijn leven heeft gelaten
voor zijn schapen. Daardoor kan een ieder zich gedragen weten
door Christus. "En daarom moeten ook de Kerk en al haar
‘pastores’, net als Christus, er op uit gaan om mensen uit de
woestijn te leiden, naar de plaats van het leven, naar vriendschap
met de Zoon van God, naar Hem die ons leven schenkt, en leven
in overvloed." |
| 'Voed
mijn schapen'
Benedictus maakte duidelijk dat hij voelde dat Christus op
dit moment tegen hem zegt: “Voed mijn schapen”, zoals hij
dat ooit eens tegen Petrus heeft gezegd. “Voeden betekent
liefhebben, en liefhebben betekent ook bereid zijn om te lijden”
De nieuwe paus vroeg een ieder daarom opnieuw om voor hem
te bidden, opdat hij God en daarmee zijn kudde nog meer zou
gaan liefhebben. “Bidt voor mij, opdat ik niet zal vluchten
uit angst voor de wolven. Laat ons bidden voor elkaar, dat
de Heer ons zal dragen en dat we zullen leren om elkaar te
dragen.”
|
Vissersring
Het tweede symbool dat Benedictus tijdens zijn preek duidde
was de zogenoemde vissersring, die hij vandaag eveneens ontvangt.
Petrus' roeping om een ‘herder’ te worden, kwam na de wonderbaarlijke
visvangst, waarbij de netten van de vissende apostelen opeens
overvol zaten, toen de Verrezen Heer aan de kant van het meer
verscheen. “En hoewel er zeer vele waren, scheurde het net niet”.
(Joh, 21:11). De gebeurtenis brengt een eerdere passage uit
de Evangeliën in herinnering, wanneer Jezus tegen Petrus
zegt: “Wees niet bang, van nu af zal je visser van mensen zijn.”
(Luc. 5, 1-11). Benedictus: “Het is werkelijk waar: wanneer
wij Christus volgen in zijn missie om vissers van mensen te
worden, moeten wij mannen en vrouwen uit de zee halen die is
gezouten met zoveel verschillende vormen van vervreemding en
op het land van het leven brengen, in het licht van God. […]
Er is niets mooier dan Hem te kennen en tegenover anderen te
spreken van onze vriendschap met hem. De taak van de herder
, de taak van de visser van mensen , kan soms vermoeiend lijken.
Maar het is een prachtige en wonderbaarlijke taak, want het
is echt een dienst aan de vreugde, aan de vreugde van God die
ernaar verlangt om door te breken in de wereld.” |
Christelijke
eenheid
En zo kwam Bendictus XVI opnieuw uit bij wat nu al zijn belangrijkste
oogmerk lijkt te worden: de eenheid tussen de christenen. “Zowel
het beeld van de herder als dat van de visser bevat een expliciete
oproep tot eenheid. ‘Ik heb nog andere schapen, dan die uit
deze hof. Ook voor hen moet ik een herder zijn: ze zullen luisteren
naar mijn stem. Zo wordt het één kudde, met één
herder’." (Joh, 10, 16). Benedictus stelde deze woorden
van Jezus tegenover de evangelietekst waarin wordt vastgesteld
dat het visnet niet scheurde, hoewel er zeer veel vissen inzaten.
Hij vervolgde: “Helaas, geliefde Heer, met verdriet moeten wij
nu toegeven dat het wel gescheurd is! Maar nee, we moeten niet
treuren! Laten wij ons verheugen vanwege uw belofte, die niet
teleur zal stellen, en laat ons alles wat we kunnen doen om
de weg af te leggen naar de eenheid die u heeft beloofd. […]
Ja, God, herinner U Uw belofte. Geef dat wij weer één
kudde met één herder zullen zijn. Sta niet toe
dat uw net scheurt, help ons om dienaren van eenheid te zijn!”
|
|